Door op 16 december 2015

Onbeantwoorde liefde

Column van Cees Bolle van 11 oktober 2015 / verplaatst op 16 december 2015

Onbeantwoorde liefde

Toch een opmerkelijk briefje van het College van B&W van Tynaarlo: we zien het niet zitten om te fuseren met Haren. Natuurlijk, zo werd het niet rechtstreeks gezegd! Op uiterst beleefde en tactvolle wijze werd Haren wel te verstaan gegeven dat Tynaarlo absoluut geen liefde voor Haren voelde. Ze moeten daar eerst nog nadenken over eigen missie, visie en herkenbaarheid. Kom nou, en dat wanneer je al tijden overleg met andere Drentse gemeenten pleegt! Wanneer je in beginsel graag zou samengaan, dan denk je toch samen over je gezamenlijke missie en visie. Dan wil je samen herkenbaar zijn.

Dodelijk is de slotzin van de brief uit Tynaarlo. Dan gaat het over mogelijkerwijs “laagdrempelige ambtelijke samenwerking”. En vervolgens de vuistslag: “Daarbij tekenen we aan dat we op dit moment al met andere gemeenten samenwerken, deze samenwerking biedt ons meerwaarde”! Pats!

Met die andere gemeenten krijgen we tenminste meerwaarde! Met Haren verwachten we dat eigenlijk niet, lijken ze wel te zeggen. En dat zou toch, denk ik zo, de deur voor de optie met Tynaarlo definitief dicht gooien.

Het Harense College verdient lof voor de vasthoudende en geduldige wijze waarop geprobeerd is een Raadsbesluit van Haren tot praktische uitvoering te brengen. Bewonderenswaardig is de beheerste, kalme reactie van het College van B&W van Haren op de brute afwijzing van Tynaarlo. Persoonlijk zou ik, eerlijk gezegd, in woede zijn uitgebarsten: “Wat denken die lui in Tynaarlo wel. Na een lange periode van praten en traineren ons zo aan de kant zetten! Ik ben er klaar mee!”

Gelukkig is ons College verstandiger. Dat praat over “Tynaarlo wil nog niet” en over een “vervolgtraject”. Dat is uiterst netjes en beleefd na zo’n brief uit Vries (dat is tenslotte de hoofdstad van Tynaarlo).

Ik zou zeggen: niet meer praten over een vervolgtraject.

Nu denken: we zullen dus op andere wijze onze toekomst moeten invullen. Laten we daartoe realistisch en uitgaande van eigen kracht, met de blik gericht op minstens de komende 25 jaar van Haren, de weg zoeken.

Maar waarschijnlijk bedoelt ons College dat ook wel met “vervolgtraject”. Ik acht het College daar verstandig genoeg voor.

Cees Bolle