19 maart 2017

Na de dreun

Column 38  van  Cees Bolle

Na de dreun

Nog wat onzeker nasidderend over de uitkomst van de verkiezingen, over die bijna onvoorstelbare dreun die de kiezer ons als PvdA gegeven heeft, probeerde ik  te zoeken naar verklaringen die verder gaan dan de voorspelbare “afstraffing” voor deelname aan een regeringscoalitie. Overigens werd de PvdA in 1977 na een verkiezingswinst met 10 zetels, toen de PvdA de grootste werd in de Tweede Kamer, afgestraft door CDA en VVD: dat tweede kabinet Den Uyl kwam er niet. Wat was de oorzaak ervan dat het kabinet-Den Uyl van 1973 tot 1977, toch ook in lastige tijden met een oliecrisis, wel leidde tot grote zetelwinst voor de PvdA.

Natuurlijk, de wereld is veranderd sindsdien: we hebben Pim Fortuyn gehad, de opkomst van de PVV en om ons heen in Europa en daarbuiten vele overrompelende en soms angstaanjagende gebeurtenissen. Maar toch . . .

Ik hoorde Lodewijk Asscher dezer dagen enkele malen zeggen: “We hebben Nederland uit de crisis gehaald, we hebben moeilijke maatregelen genomen en alle Nederlanders hebben dat gevoeld, maar nu is er een mogelijkheid om ieder daarvan te laten profiteren.”

Is dat werkelijk zo, hebben alle Nederlanders dat gevoeld? Mijn indruk is, dat alle Nederlanders die zeg maar meer dan € 7000 per maand verdienen er helemaal niet zo veel last van hebben gehad, terwijl al diegenen die soms ver onder dat bedrag van die € 7000 per maand zitten dubbel en dwars ervoeren dat er bezuinigd werd. Een van de duidelijke ideeën om wat aan lastenverdeling te doen was in 2012 bij de conceptie van het VVD/PvdA-kabinet het plan voor een inkomensafhankelijke premie voor de ziektekosten, wat door de VVD vervolgens naar de prullenbak verhuisde. De Wet Werk en Zekerheid heeft nogal wat betekend voor de positie van de simpele werknemer die nu als ZZP’er zijn boterham moet trachten te verdienen. En ja, natuurlijk, er zijn ook door aanwezigheid van de PvdA in het kabinet soms scherpe kantjes van maatregelen afgeslepen, maar dat werd amper duidelijk gemaakt voor de kiezer.

Het “Nivelleren is een feestje” is nooit verder gekomen dan die uitspraak van onze voorzitter; in werkelijkheid zijn in de afgelopen periode de inkomens- en vermogensverschillen alleen maar toegenomen.

En moet de postbezorger het normaal vinden dat zijn baas per jaar meer dan 1,5 miljoen incasseert? Is het normaal wanneer bij de overname van een bedrijf, waarbij tegelijkertijd veel werknemers worden ontslagen, wel aan de directeur een bedrag van meer dan 8 miljoen wordt uitgekeerd?

En is het normaal dat wij bij het flyeren op markten en in winkelstraten te vaak soms met grote moeite argumenten kunnen vinden bij passanten die ons verwijten onze idealen te verloochenen ?

Nog steeds doemt maar al te vaak op dat moment in 1995, toen Wim Kok bij de Den Uyllezing letterlijk zei: ”Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring”.

Verscheidene PvdA-politici hebben zich daarna ook voldoende bevrijd gevoeld om, soms onder de melding van “Dat moet van Europa”, tal van neo-liberale maatregelen te nemen zoals de liberalisering van de post, de splitsing en liberalisering van de NS, de doorvoering van de marktwerking in de zorg.

Velen hebben dat ervaren als het van de hand doen van ons gemeenschappelijk bezit: wat wij met elkaar gezamenlijk als Nederlanders op poten hadden gezet, en waar we meestal best trots op waren, werd verkocht aan “het kapitaal”.

En dan hoor ik nu, dat nota bene Hans Spekman moet aftreden en dat we nodig de PvdA moeten vernieuwen.

Mijn idee zou zijn: laten we eens rustig om het haardvuur gaan zitten en het antwoord weer boven halen op de vraag: “Waartoe was de sociaal-democratie ook al weer op aarde gekomen?” Wanneer de doelstellingen van de sociaal-democratie al bereikt zijn, kan het voorstel van Rob Oudkerk opgevolgd worden (namelijk: de partij opheffen), anders moeten we met heldere plannen voor ogen harder en beter werken.

Cees Bolle, 18 maart 2017