Door op 13 januari 2015

Kort de kernpunten GrL, PvdA, CU

PvdA, GroenLinks en ChristenUnie bestempelden de keus voor Tynaarlo als onlogisch en slecht te verdedigen. De kern van hun bezwaren:

  • De omgang met het cijfermateriaal van de onderzoeken; die tonen geen breed draagvlak aan.  Statistiek is ook een vak!
  • De omgang met de onderzoeksresultaten; de voor- en nadelen van de diverse opties, zoals aangegeven in de BTH-wijzer, tonen vooral plussen voor Groningen-Ten Boer en minnen voor Tynaarlo. Desondanks wordt Tynaarlo verkocht als de betere keuze. Uit de wijzer blijkt dat dit onjuist is.
  • Door de minst kansrijke optie te kiezen neemt Haren een risico. Mocht deze keus onverhoopt toch niet succesrijk blijken dan raakt Haren geïsoleerd. Er is geen vervolg scenario; het college geeft bij monde van Verbeek aan dat er in zo’n geval een andere situatie is en dat men dan wel weer ziet!
  • De grote praktische bezwaren. Veel afspraken zijn in regionaal verband gemaakt o.a. op het gebied van Jeugdzorg, de Veiligheidsregio, WMO-regio’s, Arbeidsmarkt, Voortgezet onderwijs, om nog maar niet te spreken over de geriefelijke contacten met de stad op het gebied van gezondheidszorg, werkgelegenheid van een groot aantal van onze inwoners en cultuur.
  • Onduidelijkheid: komt Tynaarlo bij Haren en dus bij Groningen? Of wordt Haren Drentsch? Het college kan geen doel of uitleg geven.
  • Onlogisch. De enorme, vaak onlogische draaien van de partijen – alles kan als het maar niet Groningen wordt. Kortom afsluiten voor de voordelen van de Stad. Onlogisch spreekt ook uit het verzoek van de coalitie (D66,GVH,VVD) om in het proces van samengaan deskundige bemiddeling in te schakelen. Dat zou de zoveelste extra post in dit proces worden.

GL, PvdA en CU wilden het college tot tempo manen en dienden een motie in waarin o.a. staat dat binnen een half jaar het resultaat van de verkenning gerapporteerd moet worden aan de raad. Verbeek vond dat een redelijk verzoek. Deze motie haalde het met gemak.

Persbericht van de gemeente Haren na de vergadering van 12 januari 2015.