Door op 9 maart 2016

Een blauwe hoed

Het verhaal verteld op de manier van Cees Bolle

Mijn moeder had een diepgewortelde hekel aan onwaarschijnlijke argumenten, vooral in de als-dan sfeer. Als jongetje van acht à tien jaar had ik er een handje van om te proberen mijn zin te krijgen, door uitspraken in de trant van: “Als we nu alle dagen wat minder aardappels eten, dan sparen we toch genoeg geld uit voor . . . . “

Zo’n zin vulde ik dan aan met iets dat in mijn ogen zeer begerenswaardig was. En ik hoor nog steeds haar gedecideerde stem met de reactie: ”Als de hemel naar beneden komt, hebben we allemaal een blauwe hoed!”

Ik wist vervolgens helder en duidelijk waaraan ik toe was.

Ik moest aan die periode in mijn opvoeding terugdenken toen ik een aantal reacties las op het al in omloop zijnde rapport “Verkenning zelfstandigheid gemeente Haren”.

Dat rapport verdient naar mijn mening alle waardering: het is grondig, met veel kennis van zaken geschreven en ook absoluut transparant in redeneertrant en conclusies. De gemeente Haren mag verheugd zijn over het feit, dat deskundige buitenstaanders zo grondig licht hebben laten schijnen over de positie waarin Haren verkeert.

De conclusie van het rapport is ook duidelijk: Op de vraag of Haren zelfstandig kan blijven is het antwoord: Nee, tenzij ……

En vervolgens wordt helder aangegeven waaraan allemaal voldaan moet worden om dat “tenzij” waar te maken.

Kortweg komt het erop neer, dat sterk opgevoerde burgerparticipatie onbetaald gemeentelijke taken moet overnemen, dat in de welzijnssfeer nog meer een beroep gedaan moet worden op mantelzorg en burenbijstand, dat enkele gemeentelijke taken misschien bij buurgemeenten kunnen worden ondergebracht helaas met verlies van alle democratische zeggenschap, dat bestuurskracht versterkt moet worden ook door ambtelijke versterking, en dat we het gemeentelijk belastinggebied stevig moeten uitbreiden zodat de burgers meer bijdragen aan het behoud van onze zelfstandigheid (opbrengst wellicht zo’n 3,5 miljoen per jaar).

Wellicht valt nog te beredeneren dat met name voor het ruim boven twee tot driemaal boven modaal levend deel van Haren hier nog perspectief in zou kunnen zitten (hoewel ik daaraan ernstig twijfel), maar voor het merendeel van de bevolking is dat toch eerder een doemscenario.

Verbazing rijst bij mij, wanneer ik nu lees dat het College van B&W verbeten voort wil gaan op de weg van zelfstandigheid: wanneer we nu alle negatieve zaken uit het rapport om gaan zetten in positieve punten, dan is er toch geen vuiltje aan de lucht, nietwaar! Simpel genoeg: de wethouder is het eens met de constatering dat Haren geen toekomstvisie met perspectief heeft, dus we gaan gewoon schrijven aan een heldere toekomstvisie. Klaar. En Haren is koploper in uitvoering van WMO-taken en er is in 2015 zelfs een batig saldo! Er is niet de vraag gesteld of er misschien gewoon te weinig is toegekend in de WMO-sfeer omdat al te veel op mantelzorg gerekend wordt.

Er zijn dus nog wel wat eerste reacties te lezen en te horen op het rapport in de trant van “Als we nu dit en dat doen, dan . . . . . . .

En bij mij klinkt dan weer de stem van mijn moeder: “Als de hemel naar beneden komt, hebben we allemaal een blauwe hoed!”

Zo’n blauwe hoed staat alle collegeleden misschien best!

Cees Bolle, 9 maart 2016