Door op 21 maart 2015

Dat was even schrikken . . . .

Column/ Terzijde 28 van Cees Bolle.

Het thema deze keer: de laatste verkiezingen.

Ja, dat was even schrikken bij de verkiezingsuitslag. En dan bedoel ik niet het bedroevende resultaat voor onze PvdA. Die ongunstige uitslag was voorspelbaar en verwacht. Daar behoefde niemand echt van te schrikken.

Nee, wat echt een klap genoemd mag worden is de opkomst, slechts 47,5 procent van de kiesgerechtigden heeft het stemhokje bezocht! Dat betekent dus, dat meer dan de helft van de Nederlandse stemgerechtigden niet de moeite heeft genomen deel te nemen aan ons basis-proces van de democratie. En niemand kan zichzelf in slaap wiegen met de uitspraak “Het waren maar verkiezingen voor de “Provinciale Staten” en dan komen er nooit zoveel kiezers opdagen. Elke partij riep luidkeels het gaat bijna om landelijke verkiezingen, om het regeringsbeleid. De immer lachende minister-president voorop: het is een referendum voor het kabinetsbeleid. Samson en Rutte hebben beide gezegd, dat het huidige kabinet inzet was van de verkiezingen! Het CDA werd verweten “verantwoordelijkheidsvakantie” te nemen (wat natuurlijk grote flauwekul is wanneer je het hebt over een reguliere oppositiepartij). Samson zei dat de SP netjes met schone handen aan de zijlijn bleef staan en de PvdA de zaak alleen liep opknappen (wat natuurlijk ook onzin is als uitspraak over een oppositiepartij die terecht constateert dat de PvdA nogal wat van de eigen verkiezingsuitspraken óf heeft vergeten óf enigszins heeft gemodificeerd). Wij hebben toch nooit het voeren van een stevige oppositie ter uitdraging van eigen beginselen oneerbaar gevonden!

En ik denk dan: we moeten ons echt zorgen gaan maken. Wanneer meer dan de helft van de Nederlanders het niet de moeite waard vindt om naar de stembus te gaan bij zo’n keuze, dan is er wat aan de hand. Dan zouden we ons vooral af moeten gaan vragen, waarom de helft van onze bevolking er geen brood meer in ziet om een stem uit te brengen.

Hoe komt dat? Zou dat misschien het resultaat zijn van de ervaringen van de Nederlandse burger: we kunnen stemmen wat we willen, “ze doen in Den Haag toch maar!.”

Met instemming citeer ik Marc Chavannes in de NRC van na de verkiezingen: : “als een kabinet dat zo heeft huisgehouden in de zorg, de oudedagsvoorzieningen, de arbeidsverhoudingen, de politie, de justitie en de pensioenen zichzelf tot inzet van de verkiezingen maakt en een meerderheid van het volk blijft weg van het stemlokaal, dan geloven massa’s mensen niet meer dat hun stem er toe doet. Dat is een verontrustend signaal.”

Wanneer de top van de staatsbank ABNAMRO zichzelf riante salarisverhogingen toekent, terwijl tegelijkertijd duizenden medewerkers ontslagen worden en de minister van financiën vervolgens volstaat met te zeggen zo’n stap te betreuren, dan haken weer een aantal burgers af. Alle commotie over de vrije artsenkeuze, en het door 70% van die artsen ondertekende pamflet tegen die macht van de zorgverzekeraars, ach, het gaat toch wel gewoon door, denkt de kiezer.

Behalve dat partijen, ook onze PvdA, zich wat zorgvuldiger moeten houden aan hun verkiezingsprogramma’s, zal toch ook het bereiken van compromissen (want die zijn natuurlijk niet altijd te vermijden) steeds toegelicht moeten worden in relatie tot eigen beginselen.

En zolang voor de burger een enigszins herstellende economie alleen maar blijkt uit de stijging van bonussen en topsalarissen en niet in daling van aantal werkelozen of stijging van koopkracht of minder belangstelling voor voedselbanken, zolang zal het vertrouwen van de burger in de politiek en de democratie niet herstellen.

En dat is niet alleen maar jammer, dat is schrikbarend!

Cees Bolle, 20 maart 2015