Door op 13 november 2014

Bijeenkomst met Spekman en Samsom

De bijeenkomst was op 5 november 2014 in Groningen.

Jan Menting heeft behoefte aan een nawoordje

Aan de heren Spekman en Samsom
Aan de gespreksleider

Donderdag zat ik onder het gehoor in dat kerkzaaltje in Groningen. Ik vond geen goede gelegenheid om de opmerking te plaatsen die ik had willen maken, in aansluiting op wat ik schriftelijk al had ingebracht voor deze avond: daarom doe ik dit nu hier maar zo. Misschien heeft men er iets aan?

De bijeenkomst was vooral bedoeld om via de actieve betrokken kaderleden inzicht te krijgen en ideeën op te doen voor de komende periode en in verband met de eerstkomende verkiezingen. Ik vond dat er te veel gesproken werd en uitleg gegeven over actuele politieke standpunten en stellingnames, en nogal eens kozen de sprekers een verdedigende houding. Een beetje samen gelijk zitten hebben tegenover de boze buitenwereld? Er werd maar weinig echt over strategie en tactiek voor de komende tijd gesproken. Wat doen we strategisch fout in de benadering van de kiezers? Want als wij zelf denken dat we, gegeven de omstandigheden, de juiste keuzes hebben gemaakt en de uitvoering daarvan optimaal is, dan móéten we toch in staat zijn de kiezer daarvan te overtuigen en hem te enthousiasmeren voor wat we verrichten? Dan moet er toch wat meer gebeuren dan ‘allemaal samen’ en ‘de schouders eronder’ en ‘ knokken’? We moeten werken aan andere benaderingen. Wij zijn het zelf beu om almaar op deze manier te praten, te betogen, te schrijven. En ook de kiezer heeft er doorgaans meer dan genoeg van. We moeten op zoek naar begeesterin

In het zoeken naar meer aansprekende benaderingen lijken mij twee dingen van belang:

–  de kiezer, en zeker ook de pers en de media, niet naar de ogen kijken. Wij hebben ons beginselprogramma en daarop geënt ons plan voor het actuele concrete regeren. Daar zitten durf en risico nemen bij ingebakken. We zeggen duidelijk wat we willen en doen, en waarom, ook als het gaat om een onverwachte coalitievorming of een regeercompromis, ook als iets mislukt.

De kiezer mag ook wel eens wat uitdagender worden benaderd. Hij is niet alleen maar die goedwillende hardwerkende man of vrouw die het moeilijk heeft en voor wie de PvdA wil opkomen. Er is ook de kiezer die zich eerder gedraagt als de verwende consument die moord en brand schreeuwt als er iets in zijn nadeel uitpakt en die graag vooral de negatieve dingen in het regeerbedrijf naar voren brengt. Pers en media zijn er dan als de kippen bij om zoiets nog eens flink op te stoken. Waarom toch altijd die negatieve toonzettingen? De politiek, de politici, ‘de hoge heren in Den Haag’ hebben het altijd gedaan, de gemakzuchtige hebberige kiezers nooit; zij willen en kunnen de vermoorde onschuld spelen. Partij en woordvoerders mochten wel eens wat meer achter uit de keel praten!

–  Belangrijk lijkt te zijn dat er een duidelijker zichtbaar verband komt tussen beginselprogramma (hooggestemd, terecht, maar ja…) en praktijk: dat moeizame gevecht in die politieke arena van noodzakelijk compromissen aangaan met andere partijen, en zetels verwerven, en stokerijen door pers en media, en haast moedwillig onbegrip bij de kiezers…. De woordvoerders en de schrijvenden van de Partij moesten dat verband pregnanter en consequenter naar buiten brengen. Het komt mij voor dat heel wat onbegrip, gemeend of geveinsd, daarmee zou kunnen worden opgelost of ontkracht. En de betreffende teksten kunnen – móéten ook – nog veel meer aansprekend worden geformuleerd. (Het beginselprogram als een boeiende sociale roman, heb ik eerder al geschreven, grappenderwijs, maar toch…) En tenslotte, in dit verband: vermijden we toch zo goed mogelijk al die stomme, almaar herhaalde clichés. Bijna alle teksten en alle toespraken lijden eronder.

Het lijkt me verstandig dat er op nationaal niveau een niet te omvangrijk forum wordt gevormd van mensen met een goed politiek en sociaal-psychologisch inzicht, mensen met verstand van propaganda en publiciteit, mensen, misschien ook, met een goede pen of tekenstift of camera, om nieuwe strategieën en vormen van benadering te bedenken en gestalte te geven. Dit ga dan zowel over de inhoud van onze politieke boodschappen als over het medium, over de manieren waarop die worden uitgestuurd. En dat is niet alleen maar een technische kwestie.

(De partijorganisatie mag trouwens best trots zijn, vind ik, op de manier waarop de nieuwe media worden gebruikt, in alle geledingen)

Misschien hebt U iets aan het bovenstaande? Ik heb U al eerder een vergelijkbaar epistel gezonden (n.a.v. Uw Zondagbrieven: goed initiatief!), dat ook op de website ‘Haren’ is terecht gekomen.

Ik verwacht geen antwoord: U hebt het al druk genoeg, en ik ook.

Vriendelijke groet,

P. Menting, ’t Harde 3, 9752 VC Haren, 050 – 5344081 mentings@planet.nl