Door op 25 februari 2016

Afbreken

Het afbreken van de gemeenschapsstaat of van de verzorgingsstaat?

 

Column van Cees Bolle

Het afbreken van de gemeenschapsstaat

Een hele tijd had ik het woord niet meer gehoord of gelezen: “de verzorgingsstaat”. Maar deze week kwam ik het weer tegen in de krant. Uiteraard werd het woord ook nu gebruikt samen met “afbreken”. Ja, want dat zou aan de hand zijn: het afbreken van de verzorgingsstaat! Nou heb ik altijd wat onbestemde, negatieve gevoelens bij de term “verzorgingsstaat” ervaren: het roept bij mij gevoelens op van betutteling, bevoogding, zo van “Het komt allemaal wel goed, wij zorgen wel voor je!”.

Nou, dat willen we toch niet, betutteld worden! Op grond daarvan zou het me heel correct lijken om zo’n verzorgingsstaat af te breken: wij staan toch voor een samenleving van bewuste, geëmancipeerde mannen en vrouwen die voor zichzelf op kunnen komen, die zelf hun leven samen met anderen vorm geven. Het bijzondere is, dat we in elk geval in Nederland zo’n verzorgingsstaat helemaal niet hoeven af te breken: er is namelijk volgens mij nooit zo’n soort verzorgingsstaat geweest. In Nederland is altijd het beleid, en in elk geval het sociaal-democratisch beleid, gericht geweest op een samenleving van zelfstandige, mondige burgers, burgers die voor zichzelf op kunnen komen.

Er was in Nederland helemaal geen verzorgingsstaat.
Wat er wel was, dat was een gemeenschapsstaat: we hadden namelijk hier ontdekt, dat we een aantal zaken gewoon leuk met elkaar samen moesten regelen, als gemeenschap van mensen. Een aantal dingen die voor ieder van veel betekenis zijn en die je veel beter maar samen kunt regelen.

Logo's voorm overheid

Zo ontdekten we bijvoorbeeld, dat het treinvervoer voor iedereen van veel betekenis was en dat we dat het best maar samen konden regelen. Vandaar dat we het idee ontwikkelden om het oorspronkelijk in private handen zijnde spoorvervoer beter met elkaar als overheidsbedrijf op te zetten. Aldus regelden we als gemeenschap met elkaar en voor elkaar het openbaar vervoer in ons aller NS.

Vergelijkbare gedachten leefden er ten aanzien van de energie, gas en elektriciteit: ook al zo’n publieke, uiterst belangrijke voorziening die we maar het beste goed gecontroleerd onder ons eigen beheer voor alle burgers konden beheren.

De gezondheidszorg als publieke voorziening hebben we heel geleidelijk ook zo opgebouwd: de achterliggende gedachte was, dat zo iets ingewikkelds en belangrijks als de medische voorzieningen voor iedereen zonder enig onderscheid op dezelfde wijze beschikbaar zou moeten zijn. Het was nog niet compleet ideaal geregeld (door onderscheid tussen ziekenfonds en particulier), maar in de ziekenfondsopzet zat toch de basis van voor iedereen gelijk beschikbaar zijn.

De post, ook weer zoiets: we vonden het belangrijk dat overal in Nederland elke dag post bezorgd zou kunnen worden: er zou geen onderscheid moeten zijn tussen inwoners van Nieuwvliet in Zeeuws-Vlaanderen, Amsterdam, Uithuizen of Holwerd op Ameland. En dus “bedachten” we de PTT, die dat keurig en zo voordelig mogelijk voor ons allemaal moest waar maken.

Het onderwijs merkten we ook aan als zo’n publieke voorziening en voor het gezamenlijke spaarbankwerk en het bancaire geldverkeer hadden de we postbank.

Omdat het voor ons allen als gemeenschap zichtbaar was, dat het soms in individuele gevallen voor mensen wat lastig was om goed overeind te blijven (werkloosheid, een handicap) bedachten we daar met elkaar nog enkele gezamenlijke regelingen voor, die niet als “verzorging, betutteling” gezien zouden moeten worden, maar als een gemeenschappelijke opzet voor noodsituaties die zich nou eenmaal konden voordoen in een samenleving.

We bouwden een echte gemeenschapsstaat
En zo al met al waren we bezig te bouwen of te onderhouden een echte gemeenschapsstaat, een staat met veel vrijheden, met zelfstandige burgers die vooral heel rationeel in gezamenlijkheid een aantal dingen wilden regelen die voor iedere inwoner van ons land essentieel waren en als publieke zaak beter met elkaar samen opgezet konden worden.

En die –  en dat is uiterst belangrijk –  ook een uiting waren van gemeenschapszin, van solidariteit met elkaar: het waren ónze spoorwegen, het was ónze PTT, ónze Postbank, óns energiebedrijf.

Welnu, wanneer er de achterliggende jaren íets is afgebroken, dan is dat dus niet “de verzorgingsstaat”, dan is dat de “gemeenschapsstaat”, de samenhangende gemeenschap die wij mede vorm gaven door ons gemeenschappelijke belang en gemeenschappelijke “bezit”.

Het openbaar vervoer is geprivatiseerd, met als gevolg dat de NS nu ook een treinverbinding in Engeland beheert, dat Arriva (een onderdeel van de Duitse spoorwegen) of Veolia (een onderdeel van de Franse spoorwegen) hier stukken spoor bedient. De energiebedrijven hebben we verkocht: Essent aan RWE (gedeeltelijk in bezit van Gazprom uit Rusland!), Nuon aan het Zweedse staatsenergiebedrijf Vattenfall. De gezondheidszorg moest zo nodig de marktwerking ondergaan, terwijl iedereen weet, dat er op het terrein van de zorg absoluut geen vrije markt is. Vervolgens moet nu iedereen elk jaar “kiezen” zonder te weten wat haar of hem boven het hoofd hangt, tussen onheldere polisvoorwaarden ten aanzien van wat verzekerd is. Post (een door internet slinkende markt) wordt nu door enkele “concurrerende” bedrijven verzorgd, met zeer nadelige gevolgen voor vele medewerkers en slechtere prestaties.

Kortom: wat afgebroken is in de achterliggende decennia, dat is de gemeenschapsstaat. En dat is slecht voor de gemeenschapszin in onze samenleving, slecht voor de solidariteit. En dat is niet alleen jammer, het is desastreus voor onze toekomst.

Cees Bolle
24 februari 2016