Marktwerking

Tommy Wieringa, 12 mei 2018

Neoliberale armoede

In Berkeley bewonderde ik het oude postkantoor, dat tot mijn verbazing nog altijd als postkantoor dienst deed. Op de gevel stond United States Post Office en ook toen ik een kijkje nam in het Toscaans-geïnspireerde gebouw, herkende ik het dienstenaanbod als dat van de posterijen. Een postkantoor dus, een heus postkantoor. In Nederland is zoiets al lang niet meer te vinden. Zegels koop je bij een supermarkt of een kiosk, de post wordt bezorgd door een onderbetaalde zzp’er op een brommer, pakketjes worden aangeboden door steeds andere jongemannen in steeds andere busjes.
Dingen worden er nooit mooier of beter op in het neoliberale privatiseringsproces. Zodra de markt de overheid als werkgever vervangen heeft, hangen de mondhoeken van het personeel lager en is het serviceniveau dramatisch gedaald. (PostNL opperde onlangs nog het onzalige plan om de postbezorging terug te brengen van vijf naar drie dagen per week.)
De destructieve gevolgen van privatisering zijn het beste af te lezen aan de Engelse spoorwegen. De dienstverlening was al pover toen British Rail nog een overheidsdienst was, maar in handen van private partijen werd het een regelrechte nachtmerrie. Een treinreis in Engeland is zoiets als een nachtelijke dropping in vijandig gebied. De kaartjes zijn het duurste ter wereld, ieder spoorbedrijf heeft eigen kaartautomaten, de verschillende dienstregelingen sluiten niet op elkaar aan en het spoorwegnet is hopeloos verouderd door gebrek aan investeringen. Er is zelfs zoiets als transport poverty ontstaan: reizigers die een kwart van hun inkomen kwijt zijn aan woon-werkverkeer per spoor.
De neoliberale belofte is altijd dezelfde: grotere efficiëntie, betere service en lagere kosten, maar het tegenovergestelde is steevast het resultaat. Privatisering is een soort Verelendung ten behoeve van de aandeelhouders – en de politiek trapt er altijd weer in.
Altijd? Nee – in Amsterdam hield de wakkere wethouder Lodewijk Asscher vrijwel eigenhandig de privatisering van Schiphol tegen, tegen de uitdrukkelijke wens van Schiphol en het voltallige kabinet Balkenende III in.
Ook de KLM had tegen uitverkoop beschermd moeten worden. Het werd echter voor een krats aan de Fransen verpatst en de Nederlandse overheid verzuimde een terugkoopoptie te bedingen – een onbegrijpelijke fout die KLM kan meesleuren in de val van Air France, zonder dat Nederland daar iets tegen kan doen.
Het bedrijf had voor Nederland behouden moeten blijven – en niet alleen omdat het blauw van de KLM zo’n sterk nationaal symbool is. Burgers zijn graag trots op hun onderwijs, hun zorg- en transportvoorzieningen en hun postbezorging, dingen die, tja, een positief nationaal gevoel kunnen opleveren in een door en door disruptieve, geprivatiseerde wereld. Het is een parlementaire enquête waard om te onderzoeken in hoeverre de neoliberale politiek van de afgelopen decennia de nationale saamhorigheid heeft aangetast en de burger ontheemd en ontevreden heeft achtergelaten.

 

 

Jacques Wallage, 1 mei 2018

De bijdrage van Jacques Wallage  op 1 mei 2018 in de afd. Groningen PvdA

1. Vieren van de eerste mei is een teken van respect voor degenen, die ons voor gingen in een voor-vorige eeuw, in een andere wereld.

2. Partij en vakbeweging stonden nog aan het begin en toch durfden ze het aan de strijd om de acht uren dag voluit te voeren. Het was een van de eerste grote krachtmetingen, die uiteindelijk werd gewonnen.

3. Waarom die acht uren dag: allereerst om fysieke redenen. Er moest een eind komen aan de slijtageslag die arbeid voor velen was. Genoeg is genoeg. Maar er was altijd de daarachter liggende gedachte: een mens is meer dan een werkdier. Mensen moeten met hun naasten kunnen verkeren, niet alleen voor de baas in de slag zijn. Maar : een mens moet kunnen leren, kennis opdoen, zich ontwikkelen. Dat is dus de strijd om goed en betaalbaar onderwijs. Maar ook : cultuur is niet alleen voor rijke, hoogopgeleide mensen. In de harde bolster van sociaal-economische strijd zat altijd die zachte kern van cultuurpolitiek.

4. Maar we vieren vandaag ook het feest van ‘ geef nooit op’, organiseer je. Doe het samen. Mensen met weinig macht, die onvoldoende greep hebben op hun eigen leven, moeten hun krachten bundelen. Want je alleen niet voor elkaar krijgt lukt misschien samen wel.

5. En als vervolgens in de vorige eeuw rechten van werknemers werden verankerd, hun arbeidsomstandigheden bij wet werden beschermd, hun oude dag niet in armoede hoefde te worden doorgebracht, als ze tegen ziekte, werkloosheid , arbeidsongeschiktheid werden beschermd, komt die bescherming omdat individuele onmacht werd omgezet in collectieve macht.

6. En die beweging is zich altijd bewust geweest van de beperkte betekenis van landsgrenzen. Zogoed als uitbuiting binnenslands een instabiele samenleving opleverde van onaanvaardbare ongelijkheid, zo werken ook enorme verschillen tussen landen instabiliteit, eindeloze migratiestromen, oorlogen in de hand.

7. Om maar een voorbeeld te noemen van die verwevenheid tussen mensen, ook internationaal: de strijd van Lillianne Ploumen om de kleding, die jonge mensen hier in de winkel kopen te verbinden met de arbeidsomstandigheden van kinderen in de derde wereld. Daarin komt samen waar het ons om gaat: een goed leven, goed werk, fatsoenlijke beloning en arbeidsomstandigheden. Randvoorwaarden stellen aan het kapitalisme. Niet ik, maar wij. Grenzenloos.

8. Nu vieren we deze eerste mei onder politiek belabberde omstandigheden. Maar laten we deze bijeenkomst vooral gebruiken om die omstandigheden goed te begrijpen, eerst de echte vraagstukken onder ogen zien, dan pas opent zich een weg naar politiek beter tijden.

9.  Allereerst: benader de situatie niet als een partijvraagstuk. Toen ik in 1998 burgemeester van deze heerlijke stad werd leidde ik een kamerfractie die net zo groot was als Groen Links, SP en PvdA nu samen. Dit is een crisis van links, niet van een partij.

10. En het is geen Nederlands vraagstuk. Bijna overal in Europa staat traditioneel links er slecht voor. Soms gehalveerd, soms meer dan dat. Dus laten we ophouden er in partijpolitieke termen over na te denken, maar de onderliggende beweging te begrijpen.

11. Ik heb geprobeerd in mijn nieuwe boek ‘ het land achter de heuvels’ enkele kernvragen te benoemen : zijn we, juist door de successen van de verzorgingsstaat , niet teveel gaan leunen op de overheid, op maatschappelijke verandering via wet en budget ? Politieke partijen vallen in de ogen van de burgers steeds meer samen met de overheid. Politiek hoort bij Den Haag of bij het stadhuis, is te weinig van de mensen. Het vraagt om een serieus debat over een breder democratie begrip, waarin niet de machtsverdeling in het parlement, maar de toerusting van mensen centraal staat.

12. En voor zo’n bredere kijk op democratie zijn veel stimulerende aanknopingspunten: de terugkeer van coöperatieve gedachte, zelforganiserende krachten ook dankzij sociale media. Grunniger Power, zonnepanelen op Groningse daken door zelforganisatie. “ Van de stad, niet van de gemeente “.

13.  De tweede kernvraag gaat over onze omgang met het opnieuw opgekomen nationalisme. Het is illusiepolitiek, we kunnen binnen 1 land de toekomst niet veiligstellen, we hebben de wisselwerking met andere landen, andere culturen nodig. Wie doet of de vlucht achter de dijken veiligheid, perspectief, houvast biedt houdt de mensen voor de gek. Alleen als we die internationale samenhang weer centraal stellen kan geloofwaardigheid terugkeren. We zijn lokaal verankerd, maar onze toekomst moet internationaal geborgd worden. Misschien willen mensen het niet horen, maar het moet wel gezegd worden.

14. Als je er zo naar kijkt vraagt de huidige situatie , met Trump in het Witte Huis en demagogen als Wilders en Baudet als tweede kracht in de land, om een fundamentele heroriëntatie van iedereen, die zijn perspectief ontleent aan onverminderd geldende idealen, de strijd tegen ongerechtvaardigde verschillen. Het is de kracht van deze beweging geweest dat ze zich steeds opnieuw wist te vernieuwen. Nooit beter samengevat dat in die ene regel van Han G.Hoekstra: geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.

 

 

Cees Bolle, 29 april 2017

Gedachten bij 1 mei

Kort na de laatste verkiezingen hier in Nederland, waarbij de VVD weer de grootste partij werd, stuurde mijn in Amerika wonende broer, nog nabibberend  over de winst van Trump, mij een opgewekte brief: “prachtig dat Nederland de opkomst van het populisme gestopt heeft”.

Dat geluid hoorde ik meer: Nederland had getoond, dat het populisme te keren was! En nu Frankrijk nog. Dat zag er daar toch ook prima uit, zeker nu alom ervan wordt uitgegaan dat Macron er wel in zal slagen Le Pen te verslaan.

Ik verbaas me steeds weer over zo’n geruststellende verklaringswijze: we kunnen weer rustig gaan slapen, alles komt goed.

We vergeten gemakshalve maar even, dat de PVV wel de enige partij was met duidelijke groei bij de laatste verkiezingen. En over de winst van Macron straks in Frankrijk bestaat nog geen enkele zekerheid.: hij haalde nu 24% van de stemmen en dat moet wel meer dan 50 worden. Het is beslist nog geen gelopen race!

Het meest verontrustende bij die al te gemakkelijke aanname dat “het populisme in Europa een halt is toegeroepen” blijft echter, dat er blijkbaar niet meer behoeft te worden nagedacht over de vraag waar precies dat populisme uit voortkwam.

Wat is nou eigenlijk de diepere achtergrond van al dat wantrouwen, al die boosheid, al die agressie tegen politici: we hebben immers de weg terug al gevonden, het populisme in Europa hebben we toch verslagen!

Iets vergelijkbaars bemerk ik binnen onze eigen partij.  We hebben ongelooflijk veel kiezers verloren bij de laatste verkiezingen en waar gaat de discussie over: de fout van het houden van een lijsttrekkersverkiezing binnen onze PvdA! Geen misverstand: voor mij had er geen lijsttrekkersverkiezing behoeven te komen én ik vond het jammer dat Diederik Samson niet verkozen werd. En nu sturen we ter boetedoening de partijvoorzitter Hans Spekman weg! Dan behoeft de discussie er niet meer zo over te gaan wat er inhoudelijk allemaal fout is gegaan bij het meeregeren van de PvdA.  We zijn toch werkelijk al die kiezers niet kwijtgeraakt omdat we een lijsttrekkersverkiezing hebben gehouden of omdat we Diederik Samson hebben weggestuurd. Heel veel mensen waren gewoon teleurgesteld in het beleid van het VVD/PvdA- kabinet en in elk geval proefden ze er veel te weinig enthousiast linkse maatregelen in. En al het gepraat over “uit een zware crisis de weg omhoog moeten zoeken” overtuigt niemand die in de gaten heeft, dat het rijkste zesde deel van Nederland nooit enige last van de crisis heeft gehad, integendeel zich lustig heeft kunnen verrijken.

En zo komen we weer bij al dat nog niet verklaarde wantrouwen en al die boosheid.

In diverse rustige, diepgravende beschouwingen van deskundigen wordt de vinger vaak gelegd bij de schrikbarende effecten van het ook in Nederland voortwoekerende neokapitalisme: een zo klein mogelijke overheid en de burgers moeten vooral zichzelf redden, de vrije markt lost verder alle problemen wel op.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft er pas weer de vinger op gelegd, dat de burger in zijn eentje bepaald zich niet altijd kan redden. En dan hebben we het niet alleen over mensen die afhankelijk zijn van zorg, maar ook over al diegenen die te maken hebben met vele situaties dat overheidsoptreden of overheidscorrespondentie verwarrend is voor ze of dat lang niet alle consequenties kunnen worden overzien.

Ten principale zouden we het erover moeten hebben of de overheid er alleen is om elke burger zoveel mogelijk ruimte te geven om al zijn zaakjes zelf te regelen of dat de overheid in beginsel een soort coöperatie moet zijn waarmee we als gelijkwaardige bewoners van Nederland met elkaar, in gezamenlijkheid, een boel dingen regelen om vervolgens allemaal een opgewekt en zinvol leven te leiden. Wat heeft het voor zin om een pensioenregeling te individualiseren: moeten dan alle jonge mensen zich gaan bezighouden met het kiezen van een persoonlijke pensioenregeling naast het onmogelijke gedoe met het kiezen van een goede zorgverzekering bijvoorbeeld. Dat zijn nou leuke dingen die je met elkaar leuk kunt regelen zodat die jonge mensen zich verder onbezorgd kunnen bekwamen in hun werk en in het opvoeden van hun kinderen etc.

Kortom: wanneer hoor ik nou weer eens gewoon zeggen: we hebben in Nederland (en in Europa!) het neokapitalisme veel te veel ruimte gelaten, het onze maatschappelijke organisatie te veel laten beïnvloeden. Dat moeten we als eerste ongedaan maken. Dan kunnen we de mensen weer de gelegenheid geven te ervaren dat de overheid er voor een ieder is, dat ze erbij horen. Dat lijkt me een goede basis voor democratie en de enige remedie tegen “populisme”.

Ik wens een ieder een opzienbarende 1 mei-viering toe.